Buenos dias chico’s en chica’s!
Op het moment dat ik dit berichtje typ, is het zo’n 35 graden, snikheet en zijn we poepiebruin…maar niet heus. Het regent hier namelijk pijpenstelen! En zelfs onweer.. Het is ook gelijk een stuk frisser dan bijvoorbeeld vorige week. Waar het trouwens ook behoorlijk ‘frio’ is, is in Machachi, waar we afgelopen weekend naartoe zijn geweest.
Op vrijdagmiddag zijn we vol goede moed vertrokken en leken we in de goede bus te zitten, althans, dat werd ons verteld. We zijn er inmiddels wel achter gekomen dat men liever iets zegt dat niet waar is, dan dat ze laten blijken dat ze het eigenlijk niet weten. Uiteindelijk bleken we dus in de verkeerde bus te zitten die niet verder ging dan Machachi. Wij moesten namelijk nog iets verder voorbij dat plaatsje wezen. Maar, na het nog eens gevraagd te hebben aan de chauffeur, wist hij opeens toch wel waar het was en bracht ons naar een andere busplaats waar we dan zogezegd konden overstappen. Dus wij in bus numero 2, nog steeds vol goede moed. De bus reed dwars door het echte ecuadoriaanse platteland, tussen de echte lokale bevolking zoals ik ze nog niet eerder gezien had. Het is schrijnend om te zien hoe de mensen daar leven, zo arm en vies. Het regende ook nog eens, dat maakte het beeld alleen maar triester. Maar ondanks dat
zijn de mensen toch vrolijk en zo vriendelijk, ook gaat de bus bijna op zijn kant door alle diepe kuilen en groeven in de weg. En ze slepen alles met zich mee, vooral etenswaren, en vooral ook kinderen, 1 op de rug gebonden, 1 op de arm.. We zijn erachter gekomen dat het gebruik van condooms of anticonceptiemiddelen hier ongebruikelijk is. Als vrouw heb je dus eigenlijk weinig keus.. Voor mijn klasgenootjes: veel grande multipara’s hier dus!
Na zo’n 20 minuten rijden en mezelf verwonderend over alles wat ik zag, begon ik me toch af te vragen of we wel in de goede bus zaten. Opeens was de bus ook leeg en stopte hij op een soort pleintje. Na even met de busschauffeur te hebben gesproken, bleek dat ons hostel helemaal niet op de route lag! Maar, geen probleem, hij zou ons wel afzetten. Men bekommert zich hier wel om je, dat merk je aan alles. En al helemaal om drie jonge blanke meiden, haha! Uiteindelijk werden we netjes afgezet en moesten we alleen nog 500 meter lopen om bij ons hostal te komen, Papagayo genaamd.



Het was een heel erg gezellig, huiselijk hostel, met open haard en lekkere hangbanken. Onze slaapkamer was iets minder, omdat het echt een ieniemienie-kamertje was zowel in de hoogte als in de breedte. Ik lag boven in het stapelbed en werd zowaar een beetje claustrofobisch toen bleek dat ik met mijn neus haast het plafond aan kon raken. Dat hebben Karen en Muriel geweten, want die nacht heb ik weer eens gepraat in mijn slaap. Ik was er al bang voor, aangezien ik daar in Nederland geregeld ‘last’ van heb ;)
De omgeving rondom het hostel was ook prachtig, midden in de ‘montanas’ (bergen) en alles zo mooi groen dat het haast pijn doet aan je ogen. En mama, speciaal voor jou een foto met die mooie witte bloemen waar ik de naam even niet meer van weet. In Holland betaal je er een vermogen voor, maar hier groeien ze gewoon in je tuin. Ik wilde bijna de zaadjes uit de grond halen om ze te importeren naar Nederland ;)


Er liepen ook genoeg beesten rond; honden, lama´s, koeien, kalfjes, schapen...op de lama’s had ik het niet zo, die kijken je echt zo aan van: jou ga ik eens lekker onderspugen. Je ziet ze het spuug als het ware al produceren als ze hun kaken bewegen en met een schuin oog naar je kijken! Ik ben dus maar een beetje uit de buurt gebleven. Waar ik ook beter uit de buurt had kunnen blijven waren de kippen, of beter gezegd: de haan. Die had het op mij gemunt, viel me al vliegend en pikkend aan. Ik wist niet wat me overkwam! Waar ik wel gelijk goede vriendjes mee was, was de kat. Wat een heerlijk kroelbeest was dat zeg.

’s Avonds hebben we zoals gewoonlijk weer heerlijk gegeten en spelletjes gedaan. We hebben een heel leuk spel gedaan met houten blokjes waar ik de naam niet van weet. Kort uitgelegd worden de houten blokjes per drie om en om opgestapeld, zo krijg je dus een vrij stevige toren van blokjes. Het is de bedoeling om die toren steeds onstabieler te maken, maar stabiel genoeg om te blijven staan. Om de beurt pakt ieder een blokje ‘uit’ de toren. Dit gaat net zolang door totdat deze omkiepert. Ik vond het een erg leuk spel, heel simpel maar wel heel moeilijk omdat je heel voorzichtig moet zijn. Als iemand de naam hiervan weet hou ik me aanbevolen want ik wil het in Nederland gaan kopen.
Na een dus ietwat claustrofobische nacht en een heerlijk ontbijt, vertrokken we met de truck naar de weide waar de paarden stonden. Het was toen erg mistig, dus echt veel zagen we niet. Het waren 4 mooie paarden, 3 voor ons en 1 voor onze gids Louis. Nadat ze allevier waren ‘opgetuigd’ met echte zuid-amerikaanse zadels en halsters, werden onze paarden toebedeeld. Ik kreeg de grootste, Martin genaamd. Zijn oren stonden bijna plat in zijn nek waaruit ik kon opmaken dat hij er niet veel zin in had. Dat kon dus nog wel eens wat worden.. We hadden onszelf trouwens ook opgetuigd. Je kon namelijk hele sexy, modieuze chaps huren, zoals je op de foto kunt zien. Achteraf waren we hier ontzettend blij mee, omdat ze voor droge en warme benen zorgden en je jezelf niet open kon schuren.
Nou, daar gingen we dan hoor, Louis met zijn paard voorop, daarna ik, daarna Karen en daarna Muriel. Deze volgorde werd niet door ons bepaald, nee, door onze eigenwijze paardjes. Als Karens paard mij namelijk wilde inhalen, zette die van mij het op een lopen. En Muriel mocht bijvoorbeeld weer niet voorbij Karens paard. Hilarisch!

De mist trok zowaar op in de ochtend en we reden door het waanzinnig mooie heuvelachtige platteland. We zagen kolibri’s en adelaars, en veel balkende ezels. Onderweg vertelde Louis ook vanalles over de medicinale werking van bepaalde bloemen, planten en kruiden. Als je daar leeft heb je geen apotheek nodig hoor, als je rugpijn hebt smeer je een bloemetje erop en als je respiratoire problemen heb inhaleer je een fijngemalen plantensoort. Ongelofelijk he.
We leerden zo redelijk kennis maken met ons paard wat wel nodig was. Soms kwamen we wel eens een auto, bus of vrachtwagen tegen en mijn paard wilde dan nog wel eens schrikken en de weg opschieten. Louis vertelde me in de lunchpauze echter dat hij me alleen aan het uitproberen was en dat ik best wat harder mocht optreden. Na de lunch ging het dan ook al stukken beter! ( ik heb het lieve beest niet mishandeld hoor ;) )
Na de lunch begon het flink te regenen. Gelukkig hadden we onze chaps en hadden we ook poncho’s meegenomen. We hebben in de middag een heel stuk langs een spoor gereden. Nouja, spoor… het leek erop. Ik kon me niet voorstellen dat er überhaupt een trein op zou kunnen rijden, maar goed. Aan weerszijden van het spoor was zo’n 1 meter ruimte, daarnaast of een afgrond, of een soort muur van rots. We reden daar dus al een tijdje totdat Louis ineens zei: stil eens chica’s! Op het moment dat hij dat zei, komt me daar toch een trein aan denderen!! Nouja, trein, het leek qua formaat en vorm meer op een bus, maar goed, hij kwam met een vaart van een trein toeterend op ons af en wij konden geen kant op. Louis schreeuwde: ga terug, omkeren, snel!! Van paniek weet je opeens niet meer hoe je je paard moet besturen. Gelukkig hebben paarden ook een soort instinct en zetten deze het op een lopen. En thank god waren we net voorbij een soort open veldje gekomen waar we snel op konden vluchten.. Pfieuw! Dat hebben wij weer hoor! Louis snapte er niks van, er zouden helemaal geen treinen mogen rijden op zaterdag en zondag volgens hem. Anders had hij ook echt niet die route genomen. Je maakt wat mee!
Uiteindelijk kwamen we na bijna 7 uur paardrijden aan bij onze slaapplaats. Het was een soort park met picknicktafels en bungalowtjes, het deed me een beetje denken aan de Ardennen, aangezien de natuur hier ook veel weg van had. Ineens leek het alsof we met een uurtje thuis konden zijn, echt thuis. Van buiten zag de bungalow er prima uit, luxe zelfs en stiekem hoopten we op een warme douche. Doch vanbinnen troffen we enkel 2 stapelbedden met matrassen aan en een tweepersoonsbed, een open haard en een badkamer. Erg primitief dus! Eigenlijk vonden we dat wel heel erg leuk, met de minste middelen het toch heel erg gezellig
hebben. Het is moeilijk te beschrijven maar je voelt je zoveel meer op je gemak als je minder hebt. Het lijkt wel alsof je minder moet, alsof je minder zorgen hebt.
Tijdens het paardrijden hadden we qua spullen alleen het hoognodige meegenomen. Onze andere spullen werden al snel na aankomst met de truck gebracht, en tevens werden dekens, lakens, ingevroren etenswaren en 2 zakken vol hout meegebracht. Louis maakte het haardvuur aan en wij maakten onze bedden op en gingen douchen. Heel grappig, het water werd hier met elektriciteit warm gemaakt, om precies te zijn met 600 volt. Er hing een soort apparaatje aan de douchekop die daarvoor zorgde. Jammer was alleen dat zodra je de waterknop vol opendraaide, het water ijskoud werd. Ik heb dus gedouched onder 5 druppels water, maar wel heerlijk warm water, wat een genot kan dat zijn.
De bevroren soep en bevroren spaghettisaus werden in pannen gegooid die vervolgens midden in de open haard werden gezet. Zo werd er ook water gekookt om de spaghetti in te koken. En ja, dit werkt, en ja, dit smaakte heerlijk. Het matras dat over was van de twee stapelbedden legden we op de grond voor de open haard en zo zaten we gezellig te eten. Na het eten hebben we elkaar een korte massage gegeven, want oei- wat waren we stijf. En natuurlijk beurse billen, maar ook een zere knie, echt pijnlijk. Ik wist niet dat je van paardrijden ook zere knieën kon krijgen. Vooral het afstappen van mijn paard was een catastrofe, ik kon gewoon even niet meer op mijn linkerknie staan.
De avond hebben we verder gevuld met het drogen van onze kleren boven de open haard en met Spaans praten met Louis. Alhoewel, ik heb meer geluisterd (lees: de binnenkant van mijn ogen bekeken) dan zelf gepraat, ik was echt moe. We gingen dan ook vrij vroeg al ons bedje in (half 10) omdat we de volgende dag alweer vroeg zouden vertrekken (8 uur). Ondanks mijn dekens met lamaprint heb ik die nacht heerlijk geslapen, maar wel geslaapwandeld volgens Karen ;)
Om 8 uur zaten we weer op onze paardjes, helaas wel weer in de regen. Ze hadden er na een nacht rusten zin in merkten we, ze waren zo onrustig. We begonnen de ochtend dan ook met een flink stuk galopperen, waar de paarden met elkaar leken te concurreren. Martin, mijn paard, vloog er echt vandoor! Nou, dan voel je je billetjes wel hoor.
Al snel reden we opeens midden in de bergen. Reden we de dag ervoor nog netjes op begaande wegen, nu reden we echt midden door de natuur. Vandaag zouden we namelijk naar de vulkaan Ruminahui trekken. Het landschap was weer onbeschrijfelijk mooi, dat moet je echt gewoon gezien hebben. Het lijkt soms wel nep, alsof ze een doek hebben opgehangen ofso. Echt waanzinnig. We kwamen voor 4 uur geen mens tegen en hoorden ook geen kip. Het was wel een vrij pittige tocht, we gingen stijl de heuvels op en stijl de heuvels weer af. Omdat het regende, was alles drassig, modderig en slikkerig. Onze paardjes moesten flink werken en moesten soms gewoon even stoppen om even bij te komen. Het afdalen vond ik soms wel eng, het was zo glad en ik voelde de achterbenen van mijn paard gewoon wegglijden. Ik was eerlijk toegegeven best een beetje bang dat we alletwee, paard en ik, zouden vallen. En dan val je wel zo’n 100 meter naar beneden. Louis en zijn paard reed zoals ik al vertelde voor mij en zijn paard gleed echt zo vaak uit. Een keer gleed ie echt bijna helemaal onderuit, ik hield mijn hart vast. Maar ook dit hebben we overleefd, ik voelde me best wel trots eigenlijk!
Na 4 uur van de overweldigende mooie natuur te hebben mogen genieten kwamen we weer een beetje in de bewoonde wereld. We zijn erachter gekomen dat hier zondag = wasdag nog steeds geldt, aangezien er echt was op hing waar je U tegen zegt qua hoeveelheid. Ook ontdekten we dat de mensen van het platteland allemaal honden hebben, die je dan ook luid blaffend en grommend begroeten. De mensen keken eerst starend naar ons, bijna argwanend, maar zodra je ‘hola, buenos dias’ tegen ze zegt, verschijnt er een grote lach en begroeten ze je terug. Al paardrijdend langs deze boerendorpjes zagen we trouwens nog een glimp van een koe die aan het

bevallen was. En ja, dan voel je het toch wel kriebelen in je buik, ook al is het een beest.
Toen we bijna ‘thuis’ waren, hadden we nog 1 uitdaging te gaan: de snelweg oversteken. Louis belden zijn ‘amigos’ die het verkeer moesten gaan tegen houden, zodat wij als een bezetene die weg konden oversteken. Het duurde ff voordat die vrienden er waren en onze paarden werden al onrustig van het wachten, of misschien wel onrustig door ons, omdat wij het wel een beetje knepen. Maar wonderbaarlijk, het verkeer werd gewoon tegengehouden en wij konden zo snel als we konden oversteken!
Een heel avontuur dus weer, maar absoluut de moeite waard. Helaas heb ik nu wel echt onwijs spierpijn, vooral in mijn rug, dat je dat kon krijgen van paardrijden wist ik ook niet. Maar dat zal vast ook wel weer overgaan! De busreis terug naar Quito verliep overigens heel vlot,we zaten voor 1 dollar in een luxe bus voor ecuadoriaanse begrippen en werden keurig in Quito afgezet.
Nu is het nog maar twee weekjes en dan vertrekken we al naar Esmeraldas voor onze stage. De dagen vliegen hier echt voorbij. De Spaanse lessen gaan nog steeds een beetje moeizaam. Vanochtend had ik echt een baaldag en dacht ik: ga toch allemaal de wilgen in. Maar goed, dan raap je jezelf weer bij elkaar en begin je er weer aan. Ik had echt gedacht dat ik het sneller zou oppikken, dus eigenlijk baal ik nog het meest van mezelf. Maar goed, ik blijf moed houden en hou jullie op de hoogte!
Veel liefs,
Hes