Er zijn verschillende varianten van, die er allemaal zo ongeveer op neerkomen dat alles wat er maar fout kan gaan, ook inderdaad fout zal gaan, en ook altijd op de ergst mogelijke manier. Beste, lieve blogvolgers, ga er goed voor zitten, want dit wordt een lang verhaal!
Laatst leek het wel of die meneer Murphy op mijn schouder zat. Werkelijk niets zat die dag mee. Als eerste had ik me verslapen. Ik had mijn wekker wel gezet, via mijn telefoon, maar die bleek het opgegeven te hebben (hij kwam weer tot leven met de oplader hoor :) ). Hup, uniform aan, een blik in de spiegel, heb ik losgeld voor de bus, ja, oke, gaan!
En zo kwam ik enigszins verwilderd aan in het ziekenhuis. Waar het opvallend rustig was. Stilte voor de storm?
’s Middags werd het drukker.
We hadden een leuke diversiteit aan patiënten: een mevrouw van 39 jaar die kwam bevallen voor haar 8e kind, een meisje van 14 die kwam bevallen voor haar 1e kind, twee dames die kwamen voor een keizersnede, de ene vanwege een placenta praevia ( voorliggende placenta, er kan geen normale bevalling plaatsvinden), de andere vanwege een dwarsligging. Verder nog een dame die kwam bevallen voor haar 3e kind en als sinds 8 uur die morgen 9 cm ontsluiting had. En als klap op de vuurpijl: een mevrouw die een zwangere buik had van dik 40 weken, maar geen kind in haar buik droeg. Nee, het was een ongelofelijk grote tumor die zij voor lange tijd in haar buik had gedragen.
De mevrouw die kwam bevallen voor haar 8e kind ging snel, de kenners onder ons weten waarom. Een achtste kind, dat poep je er gewoon uit, zouden we op zijn hollands zeggen! Nou, ik kan je na deze ervaring vertellen dat dat helaas niet altijd opgaat. Mevr. had echo’s laten maken, wat best bijzonder is hier in het ziekenhuis. Er zijn namelijk genoeg patiënten die geen enkele vorm van controle laten doen, gedurende hun zwangerschap. De echo gaf ons enkel goede resultaten, alles zou er op en eraan zitten, vruchtwater oke, placenta oke, gewicht was 4 weken geleden 3200 gram, ook oke dus. Echter de buik van de mevrouw deed ons anders vermoeden. Wat een buik was het! Echt megagroot. Yolanda zei tegen me dat ze never nooit niet geloofde dat dit kind 4 weken geleden 3200 gram had gewogen. Voel maar eens aan deze buik, zei ze. Ik voelde en gaf haar direct gelijk, dit was echt een groot kind. Er was geen tijd meer voor een keizersnede, mevr. had binnen no time volledige ontsluiting.
De bevalling begon, Yolanda gaf mij deze uitdaging, maar bleef gelukkig wel op ademafstand achter me staan. Na zeker een half uur persen was het hoofdje te zien. We zagen het, we wilden dat we er meer van zagen, we wilden het hele koppie eruit zien komen! Wel, ik kan kort zijn, het schoot gewoon voor geen meter op. Hoe mevr. ook perste, er zat geen vordering, vooruitgang, of wat dan ook in. Ik zei tegen Yolanda dat ze het misschien maar beter kon overnemen. Nee, ik gaf het niet op, maar ik gaf het over aan een persoon met 1000 keer meer ervaring dan ik. En dat was achteraf gezien maar goed ook. We zetten voort, ik nu aan de zijde van mevrouw, aanmoedigend, doch later stond ik samen met een schoonmaker (jawel, een schoonmaker!!!) met grote kracht op de buik te duwen. Ik vind dat gruwelijk om te doen, maar ik had geen keuze. In Nederland of Belgie was er allang een vacuum op gezet of was er een tang aan te pas gekomen, maar helaas beschikt het ziekenhuis daar niet over. Het was alsof die meneer Murphy op mijn schouder aan het grinniken was, gna gna gna.
Eindelijk, eindelijk, eindelijk werd het hoofdje geboren. Of nouja, hoofd, beter gezegd. Nu nog de schouders. Yolanda probeerde vanalles, maar het lukte haar niet. Ik stond nu niet alleen de mevrouw aan te moedigen, maar ook Yolanda, wier hoop nabij stond. ´Het lukt me niet, het lukt me niet,´ zei ze. ´Jawel, zei ik, kom op, doorgaan, je doet het goed!´ En daar werd de eerste schouder geboren, en vervolgens de andere. Normaal floept na de geboorte van de schouders de rest van het lichaam er makkelijk uit.
Ik slaakte daarom ook bijna een zucht van verlichting.
Maar nee, meneer Murphy zat nog steeds op mijn schouder.
´Help me, iemand moet me helpen!!´schreeuwde Yolanda.
Het leek wel of het kind vast zat in het bekken, alsof er een gemeen mannetje binnen in de baarmoeder aan de voetjes zat te trekken. Uiteindelijk werd het kind, het was een meisje, geboren, dankzij vier sterke handen en armen. Na zo’n zware tocht zou ik ook geen zin heb om eens even lekker te gaan huilen. Maar ja, hoe goed ik dat ook kon begrijpen, ik wilde natuurlijk wel dat ze eens even lekker een keel op zou zetten en een beetje roze van kleur werd, in plaats van dat grauwe wit. Dus deden we er het nodige aan om dit meisje zover te krijgen en gelukkig ging het snel beter met haar.
Een leger van diverse verpleegkundigen, artsen, een anesthesist en een schoonmaker had zich inmiddels verzameld rondom de weegschaal. Nu wilden we wel eens weten hoeveel dit flinke meissie woog! We legden wedjes, de één dacht 4500 gram, de ander dacht 4750 gram. Ikzelf dacht aan iets van 4800, 4900 gram. Niemand van ons had het goed, want deze meid woog maar liefst 5250 gram! Yolanda zei dat ze nog nooit zo’n groot kind op de wereld had gezet. Ik kon alleen maar knikken en dat beamen.
Het was inmiddels al laat in de middag en de mevrouw die al sinds die ochtend op 9 cm stond, stond dat nog steeds. We hadden haar gedurende die dag al een Oxytocine-infuus gegeven (extra stimulatie) en Misoprostol. We vroegen ons af waar het aan kon liggen. Er werd een bekkenonderzoek uitgevoerd door de gynaecologe, dit was in orde. De ligging van het kind was ook in orde, evenals de stand van het hoofd. Misschien was het dan de navelstreng? Een zeer korte navelstreng kan er voor zorgen dat het kind niet ver genoeg kan indalen. Hoe dan ook, er werd besloten tot een keizersnede omdat het nu wel lang genoeg geduurd had. Terwijl ik haar klaarmaakte voor de keizersnede (blaascatheter en een blauw ziekenhuishemd aan, dat is alles) had ik het met haar te doen. Ze had al heel de dag flinke weeën gehad, en dan werd nu uiteindelijk besloten tot een keizersnede..
We gingen eten en toen ik terug kwam besloot ik haar nog één keer te onderzoeken, omdat ze het typische geluid maakte van persdrang. En ja hoor, ze had volledige ontsluiting! Ergens was ik blij, ergens ook niet. Ik had een naar voorgevoel. Ik deed de bevalling, Yolanda had serieuze pijn in haar armen en schouders na de bevalling van het meisje van 5250 gram. We begonnen aan de bevalling en om het kort te houden verliep deze bijna net zo moeizaam als de bevalling ervoor met het grote kind. Uiteindelijk werd er een jongetje geboren met maar liefst drie keer de navelstreng rondom zijn nek! Het bleek inderdaad een vrij korte navelstreng te zijn en de driedubbele omstrengeling maakte dit er niet veel beter op. Wonderbaarlijk maakte het jochie het best goed, hij moest even bijkomen van alles maar al snel liet hij goed van zich horen.
Toen bleek het meisje van 14 jaar volledige ontsluiting te hebben. Ja, 14 jaar. In Nederland of Belgie zou je stijl achterover vallen, hier kijk ik er niet echt meer van op. Ik weet nog dat ik vorig jaar zelfs een bevalling heb gedaan van een meisje dat precies op die dag 13 jaar werd. Ongelofelijk maar waar. Dit meisje van 14 jaar was ook nog eens een echt meisje-meisje. De vaginale onderzoeken waren al moeilijk om te doen, als je begrijpt wat ik bedoel, dus hoe zal het dan met de bevalling gaan?
Jawel, meneer Murphy zat nog steeds op mijn schouder. Ik brak de vliezen op de verlostafel, en tot overmaat van ramp bleek het vruchtwater ook nog eens flink meconiaal te zijn: het kind had in het vruchtwater gepoept, en niet zomaar een beetje. En ook dit was weer een moeizame bevalling die lang duurde. Ik moest een flinke knip zetten om het kind geboren te laten worden. Het was allemaal zo nauw, ik dacht dat het er nooit uit zou komen. Toch werd er een jongetje geboren, die het niet echt goed maakte, vanwege het meconiale vruchtwater. Normaal wordt alleen het mondje uitgezogen met een uitzuigertje, maar nu werd er uitgezogen met een sonde. En dat was maar goed ook, want er kwam een ‘hoop’ uit. Ik was bezig met de geboorte van de placenta en toen ik deze controleerde bleek deze ook nog eens incompleet te zijn. Met een tang ging ik op zoek naar de placentaresten, zoals dat hier normaal is.
Ik voelde me echt diep ongelukkig na al deze ellende.
Maar het hield nog niet op.
Eindelijk begonnen de artsen ook aan de dames die een keizersnede moesten krijgen. Het is namelijk niet zo strak gepland hier in het ziekenhuis. Het komt er eigenlijk op neer dat de artsen opereren wanneer ze er zin in hebben. Dit is niet altijd zo, soms hebben ze gewoon echt geen ‘tijd’ omdat ze én visite moeten lopen én de patiënten moeten ontvangen op de spoed om deze te diagnosticeren. Maar deze dag was het omdat ze er niet zo’n zin in hadden, met als gevolg dat de patiënten al de hele dag liggen te wachten voor de operatie. In een ziekenhuis in Nederland is dat niet zo heel erg, maar hier lig je op een oncomfortabel bed, wat ruikt naar een mix van vruchtwater, poep, pies, bloed, zweet en tranen. En je ligt niet in een kamer alleen, nee, als je pech hebt lig je zelfs op de gang.
Maar goed, eindelijk begonnen ze aan de keizersnedes. En de kindjes die hieruit kwamen deden het, je raad het al, slecht. Ik had het zo gehad, het leek wel of er een soort vloek op deze dag lag. Maar ik hield vol en hielp deze kindjes erboven op en bracht ze snel naar boven, naar de neonatologie.
De volgende dag durfde ik bijna niet wakker te worden, bang dat dit weer een ongeluksdag was. Doch, het zonnetje scheen, de vogeltjes floten, de salsamuziek van het hotel tegenover mijn appartement stond al weer hard aan, dus het was tijd om eruit te gaan. Ik besloot dat ik mijn twee vrije dagen in Mompiche zou door brengen: een relax strand en zogenaamde ‘surfspot’, twee uur met de bus hiervandaan. In de bus genoot ik van alles wat ik zag en probeerde ik alles voor eeuwig vast te leggen in mijn geheugen. Het is hier allemaal zo anders, maar zo mooi, ik blijf er nog steeds van genieten. Bijvoorbeeld het eten, wat je hier ongeveer overal zo op straat kunt kopen. Thuis zou ik het niet durven kopen, hier geniet ik van elke hap. Mompiche was in één woord geweldig! Ik heb leren golfsurfen, of beter gezegd: ik heb in die twee volle dagen 4 x overeind kunnen blijven staan op mijn plank. Maar het was de moeite (en de pijn) waard en misschien ga ik nog wel een keer terug en wordt ik een echte surfbabe (ahum).
Zo’n ongeluksdag heb ik gelukkig niet meer meegemaakt en de afgelopen diensten brachten over het algemeen vreugde! Zo heb ik verbaasd met een jongentje in mijn handen gestaan die het nodig vond om eens even lekker in mijn gezicht te plassen. Na enig poetswerk liep ik met dit draakje naar buiten om daar de familie te laten weten dat ze er een jochie bij hebben en om de kleding voor het mannetje in ontvangst te nemen. Echter had ik de kans niet om deze mededeling te doen, nee, er werden direct twee maiskorrels in het ventje zijn wangen geduwd, aan elke zijde eentje. Ik snapte er geen snars van, maar bedacht me dat dit vast cultureel bepaald was? Eenmaal terug op de verloskamers vroeg ik aan Yolanda wat de betekenis er van was en ze begon te lachen. ‘Ze denken dat ze met die mais korrels kuiltjes in de wangen kunnen kweken, zoals jij die hebt!’ Ik vraag me nu hardop af, mama en papa, of jullie ook van die maiskorrels in mijn wangen hebben gedrukt : )