woensdag 24 juni 2009

Ik leef nog!




Hola!
Eindelijk weer eens een update op mijn blog! Via het thuisfront hoorde ik al dat er van diverse kanten werd gevraagd of het nog wel goed met me ging, of ik nog wel leefde, want er was steeds maar geen nieuw bericht op mijn site en op het laatst bleek mijn site het helemaal niet meer te doen… Ikhad toch geen varkensgriep gekregen?! Nou , ik leef nog steeds en het gaat nog goed met me ook! Mijn update had eigenlijk twee weken terug al op mijn blog moeten staan, maar door een of andere bizarre reden is dat dus niet gelukt. Zit je daarvoor drie uur in het internetcafé! Maar goed, ik probeer het gewoon opnieuw. Er is een hoop gebeurd , dus ga er lekker voor zitten!

* poster i.v.m. griep*

Allereerst, Moederdag.
Moeders worden hier geadoreerd op Moederdag, in de volle zin van het woord. De hele dag (en ook de avond voor Moederdag) staat in het teken van MAMA. Er zijn speciale programma’s op tv: zo kun je op tv zeggen hoeveel je wel niet van je moeder houdt, of kun je dingen winnen. Voor je moeder uiteraard. Ook worden er speciale moederdagliedjes gedraaid. En op de dag zelf wordt er tegen elke vrouw ‘feliz dia mama!’ geroepen. Later op de dag kwam ik erachter dat de moeders hier op Moederdag ook zo zat als een aap mogen worden. Een fraai gezicht, moeder zwalkend over straat, aan de ene hand haar kind en aan de andere hand haar echtgenoot.
Ik zelf heb mijn eigen mama om 2 uur ’s nachts (in Nederland 9 uur ’s ochtends) verrast met een telefoontje. Ik kan je vertellen dat de stem van je moeder horen, terwijl je zelf aan de andere kant van de wereldbol zit, je zoveel goed kan doen! Ondertussen is het ook al Vaderdag geweest, en die dag was hier beduidend minder ‘populair’ dan Moederdag. Niks geen speciale ‘Vaderdagliedjes’ of de hele dag enkel voetbal of wielrennen op tv. Voor mij maakte het niet uit, ik hou evenveel van mijn vader als van mijn moeder en dus heb ik mijn lieve papa een megagrote kaart gestuurd met een tegoedbon voor een ontbijtje op bed!

Ten tweede, verhuisd.
Inmiddels ben ik al twee keer verhuisd. Ik had een contract getekend voor 4 maanden voor het appartementje. Echter betekenen contracten en handtekeningen hier niet zoveel als in Nederland. Na nog geen twee maanden bleken er namelijk kopers te zijn voor het betreffende appartement en werd ik er zonder pardon uitgezet. De eigenaar van het appartementencomplex had gelukkig nog wel een alternatief voor me, in hetzelfde gebouw. Uiteindelijk bleek dit een veel schoner, ruimer en mooier appartement te zijn en vond ik het helemaal niet zo erg om te verhuizen. Welgeteld 16 dagen heb ik ervan kunnen genieten, want er bleken weer kopers te zijn. Ik was de boel nu wel een beetje zat en besloot per direct zelf op te stappen. We gingen op zoek naar een ander ‘verblijf’. Het was niet simpel om hier iets te vinden wat een klein beetje voldeed aan mijn wensen, terwijl ik toch best flexibel ben. Ik wilde enkel een bed met een redelijk matras, een eigen wc + badkamer en de mogelijkheid om iets te koken. Die combinatie is hier moeilijk. Je kunt voor 300 dollar een ‘cuartro’ kopen, letterlijk vertaald een kamer. Veel mensen die hier wonen doen dat en richten het dan zelf in met een matras, een kooktoestel, een ventilator, het ligt er maar net aan hoeveel geld je hebt. Echter kon ik me dat niet veroorloven om al die dingen nieuw te gaan kopen voor 4 maanden. We zochten verder, er kwamen aantrekkelijke kamers voorbij, maar sommigen hadden bijvoorbeeld enkel ’s ochtends licht en enkel ’s avonds water. Uiteindelijk mochten we bij een goede vriendin van Elvis, Sandra, die een hostal heeft, dus kamers per nacht, bivakkeren voor 120 dollar per maand. Het is een kamer van 4x4 meter en bestaat enkel uit een tweepersoonsbed en een stapelbed en een piepklein badkamertje. Maar ik was blij en Elvis was ook blij. We kregen een kopie van de sleutel van de keuken van Sandra en we kunnen daar dus naar hartelust koken. Ook is er een binnenplaats, met mooie planten en bloemen en lekkere luie hangmatten. Ideaal voor mijn katjes! Ja katjes.

Want, ten derde, heb ik er een derde huisgenoot bij.
De buurvrouw stond me met tranen in haar ogen op te wachten, met een pluizig wit bolletje in haar handen. Ze had het pluizig witte bolletje op straat gevonden, zoals ik het allereerste katje ook had gevonden. Echter kon zij er niet voor zorgen, waar zij woont zijn huisdieren verboden. Het poesje piepte aan één stuk door en was écht nog heel klein. Ze wist niet wat ze moest doen zei ze, maar ze wist dat ik al meerdere katjes had ‘gered’, en daarom wilde ze aan mij vragen of ik er misschien voor kon zorgen… Ik kon natuurlijk geen nee zeggen. Twee slapeloze nachten later ben ik blij dat ik geen ‘nee’ heb gezegd, het is zo’n droppie! Het is een vrouwtje, en ook al is ze nog zo klein, ze vreet me (net zoals het andere zwarte katje) de oren van mijn hoofd. En dan ook echt alles: rijst, brood, brokjes, tonijn, melk, gehakt… alles gaat erin. Ze groeit als kool en speelt veel met het andere katje, ook al is die 3 x zo groot. Omdat het vrouwtje wit is, en het mannetje zwart, vonden Elvis en ik het wel toepasselijk om hen ‘Elvis’ en ‘Hester’ te noemen.

* is het geen droppie!*

* samen brokjes eten*

* samen in een handdoek na een douche met vlooienshampoo*

* zoek de poes!*

* lekker lui*

Het vierde punt, mijn stage.
Na een poos op de verloskamers te hebben gestaan, waar ik in korte tijd 60 bevallingen heb kunnen doen en tig patiëntes heb kunnen voorbereiden voor een keizersnede, was het tijd voor iets anders. Ik ben bijna twee maanden bezig geweest met het regelen van een stage in een Rehabilitatiecentrum voor alcohol en drugsverslaafden. Het leek me een enorme uitdaging en via via had ik contact gekregen met deze kliniek. Echter gaat alles hier zo laaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaangggzaaaaaaaaaaaaaaaaaammm. En zeggen ze de ene dag dat ik volgende week kan komen, maar zeggen ze de volgende dag dat er iets is tussengekomen en dat ik nog even moet wachten. Het was een prachtstage geweest waar ik heel veel van had kunnen leren, en dichtbij, in Atacames zelf. Maar helaas kon dit niet gerealiseerd worden en heb ik na twee maanden maar gezegd dat het niet meer nodig was.
Ik had tussendoor, als het niet druk was op de verloskamers, wel eens een tijdje op Spoed gestaan, waar je altijd wel ergens kon helpen. Toch was dat niet echt mijn ding, het zijn voornamelijk mannelijke patiënten die (al dan niet dronken) een ongeluk hebben gehad (of veroorzaakt?) en één of meerdere wonden hebben die schoongemaakt en gehecht moeten worden. Of het zijn veel te dikke vrouwen die lijden aan een hoge bloeddruk. Wanneer je ze vertelt dat ze zich waarschijnlijk beter zullen voelen wanneer ze minder strakke kleren aan trekken, gezonder eten en meer bewegen, kijken je ze met grote ogen aan.
Daarom koos ik voor de afdeling Pediatrie en Neonatologie. Past precies in mijn straatje wat betreft moeder&kind zorg! Verloskunde is een passie, maar kind&jeugdzorg staat op een dikke tweede plaats. Ik heb in België altijd genoten van mijn stages op Neonatologie en op NIC (Neonatal Intensive Care). En zo geniet ik nu weer van al die koddige babytjes. Maar schijnt bedriegt, het is niet altijd even leuk. Er overlijden héél veel kindjes. Toch zeker één in de week. En er zijn zó weinig middelen wat betreft beademingsystemen, fototherapie, sondevoeding. Staat er in België naast elke couveuse een flacon handalcohol, staat er hier één flacon voor de hele Neonatologie. Het is dus niet zo heel erg gek dat de meeste kindjes overlijden aan een infectie. Ook worden er te vaak veel te vroeg geboren kindjes binnen gebracht. Dan spreek ik over 25-26 weken, met een gewicht van 800 gram. Laatst was er zelfs een ‘pobresito’ (arm jochie) waarvan we niet wisten hoe oud het was (de mama had geen echo’s laten maken en wist ook haar datum van haar laatste menstruatie niet meer), maar wat we wel wisten was dat het ongelofelijk klein was: 550 gram. Het jongetje werd ingewikkeld in luiers en watten, daarna in een zwart plastic tasje gestopt en daarna in de couveuse gelegd. Met enkel een infuusje en een slangetje in zijn neusje voor extra zuurstof.

*pobresito*

Op dat moment weet je eigenlijk al dat je dweilt met de kraan open, maar toch doe je het. Je blijft hopen, op een wonder, of zoals de meeste mensen hier, op de hulp van God. Het is dus zeker niet altijd genieten, maar gewoon keihard werken. Doen wat je doen kunt.

* couveuse delen met je broertje*

Op de Pediatrie is het iets minder heftig. Ligt de Neonatologie vaak vol, zo is het op Pediatrie vaak heel stilletjes. De leeftijd van de kinderen varieert van 6 maanden tot 14 jaar. De meesten lijden aan een (lucht)infectie of zijn uitgedroogd. ‘Malnutrition’ komt hier nog veel voor, ten gevolge van matige hygiëne wat betreft voedsel en water. Gelukkig worden de meeste kindjes snel opgelapt. Mijn werk op Pediatrie bestaat voornamelijk uit het toedienen van medicatie en zuurstoftherapie, controleren van de parameters en informatie geven aan de ouders/verzorgers. Maar het leukste in het contact met de kinderen zelf. “Waar kom je vandaan?” “Waarom ben je hier dan?” “Waarom ben je zo wit en niet donker, zoals ik? “ “Als je hier bent om te helpen, wie helpt dan nu de kinderen in jouw eigen land?” “Waarom ben ik zo ziek en mijn zusje niet?” “Denk je dat dit het werk van de duivel is?” Vragen waarop ik niet altijd antwoord kan geven, vragen die je even doen stilstaan en doen nadenken.

* kindjes op Pediatrie*

* verpleegkarretje*

* aan de fles*

’s Nachts is het op beide afdelingen vaak rustig, integendeel tot de Verloskamers. En dus help ik ’s nachts mee op de Verloskamers en/of kraamafdeling. Na de bevalling verblijven de vrouwen twee uur ter observatie op de verloskamers, daarna worden ze verhuisd naar de kraamafdeling, waar ze 24 uur blijven indien zich geen problemen voordoen. Na die 24 uur ontvangen zij geen enkele zorg, dus zij gaan naar huis, met de taxi, bus, of lopend en staan er dan alleen voor. Niks geen verloskundige die je nog komt bezoeken of een kraamhulp die je advies geeft en meehelpt. In de 24 uur dat zij op de kraamafdeling liggen moeten zij dus alles leren voor de komende 6 weken. Daarom heb ik een Spaanstalig foldertje gemaakt met de in’s en out’s wat betreft borstvoeding en verdere informatie over de meest voorkomende problemen in het kraambed. Ik help de vrouwen in die 24 uur met de borstvoeding en geef zo veel informatie als ik kan. Het geeft enorm veel voldoening echt iets te betekenen voor hen. Ik had me geen betere stage kunnen voorstellen!

*meisje van 16 jappy met haar kindje*

* Dr. Trivino bekijkt pelvimetrie bij gebrek aan een lichtkast*

Over al die zieke kindjes gesproken. Ten vijfde: Ik ziek.
En hoe! Ik lag werkelijk krom van de pijn. En ik wist gelijk wat ik had: diarree. Deze overweldigende krampen konden maar één ding betekenen. Het begon ’s middags, maar toen was het nog goed te hendelen. Er werd water met oregano voor mij gekookt wat ik zo heet mogelijk moest opdrinken. ’s Avonds werd het erger en toen moest ik limoen met zout opeten. Elvis werd geconfronteerd met een zieke Hester: die wilt niet eten, wilt niet drinken, wilt niet praten, wilt haar ogen niet op doen. Alleen maar stil liggen en hopen dat het snel overgaat. Maar dat ging het niet. ’s Nachts stond Sandra aan de deur omdat ze bezorgd was: ze had iemand hard horen schreeuwen. Tja, dat was ik. Ik wist niet waar ik het moest zoeken, ik lag werkelijk dubbel van de pijn. Alsof iemand mijn organen eruit wilde rukken. ’s Ochtends vroeg sleepte Elvis mij naar een geneesvrouw. Kosten voor het consult: drie eieren en drie dollar. Ik moest mijn shirt uit doen en er werd met een touwtje mijn borstomtrek gemeten. Het touwtje ‘sloot’ echter niet, er was een ‘gat’. Dit was een slecht teken. Er was iemand in mijn omgeving die het op mij voorzien had. Het touwtje werd dubbelgevouwen en in de handen van het vrouwtje op mijn hoofd gelegd, die allerlei dingen prevelde. Vervolgens werd weer mijn borstomtrek gemeten, maar nee, er was nog steeds een gat. En dus prevelde ze verder, toen uiteindelijk het gat gesloten was. Toen waren de eieren aan de beurt. Eén voor een ging ze met de eieren over mijn hele lichaam, mijn ogen, mijn oren, mijn neus, mijn haren, mijn armen, mijn benen, mijn buik, mijn navel. Toen dat gebeurd was met alle drie eieren, ging ze even weg en kwam ze terug met de eieren gebroken in een schaaltje. Eén eierdooier was heel, de andere twee waren gebroken. Het eiwit was op de bodem troebel, meer naar het oppervlak helder. Eerst zei ze dat ik zwanger was. Elvis zette grote ogen op. Ik zei dat dat onmogelijk was en moest zelfs een beetje lachen om al dit gedoe. Maar toen zei ze iets over de koorts, en over de diarree. Ik mocht die dag geen kaas, boter,melk of eieren eten en ook geen kip. Ik moest een drankje drinken van 5 appels, twee tomaten en zout. En veel cola drinken. En morgen zou ik me veel beter voelen. Met die adviezen namen we afscheid van het gerimpelde vrouwtje met grijs haar tot op haar billen. Op de terugweg naar huis vroeg ik aan Elvis of hij écht in dit geloofde. Hij werd bijna boos toen ik zei dat ik er niet zoveel vertrouwen in had. Ik heb al zo vaak diarree gehad, daar kun je weinig aan doen, behalve zorgen dat je niet uitdroogt. Maar nee, Elvis zei dat ik wel hoop moest hebben, want ja, anders werkte het natuurlijk helemaal niet.
Dus toen ik terug in bed lag dacht ik bij iedere kramp: ik heb hoop, ik heb hoop, ik heb hoop. Ook toen ik het vieze drankje van appels en tomaten opdronk.
En waarachtig, je gelooft het niet. Maar de volgende dag voelde ik me stukken beter. Het rommelde nog goed beneden in mijn buik, maar ik had niet meer van de afgrijselijke krampen. Caramba!

* zou ik ziek zijn geworden van mijn eigen heerlijk klaargemaakte camarones encocado?*

* in ieder geval niet van deze krabben, wel een foto waard!*

* misschien van het ziekenhuis eten? tonijnsoep, rijst, vlees en gebakken banaan*

Ten zesde: rondreizen.
Ik zou eigenlijk met Karen gaan rondreizen door Ecuador. Wegens omstandigheden kan dit helaas niet doorgaan. Karen haar visum werd niet verlengd en is nu thuis in Nederland. Ik weet niet precies wat ik nu ga doen. Ik wil dolgraag meer van het land zien, wat me vorig jaar niet is gelukt. Maar om nou in mijn eentje te gaan rondreizen… nee. Elvis zou me dolgraag vergezellen en ook ik zou dat superleuk vinden, maar het probleem is het geld. Elvis verdient bar weinig en ik kan gewoon niet alles gaan betalen voor twee personen, hoe graag ik dat ook zou willen. Dus ik weet nog niet echt wat ik ga doen. Misschien de grootste hotspots van Ecuador samen met Elvis, dat ik toch in ieder geval iets van dit mooie veelzijdige land heb mogen proeven. Voorlopig loop ik nog steeds stage in het ziekenhuis, alhoewel mijn stageperiode er eigenlijk al opzit. Maar het ziekenhuis is blij met extra handen en dus werk ik nu meer als vrijwilliger dan als ‘stagiaire’. Ik hou jullie in ieder geval op de hoogte van mijn plannen. Ik zit hier nog twee maanden en die ga ik natuurlijk optimaal benutten!

En, last but not least, mijn verjaardag, 25 mei.
Voor de tweede keer vierde ik mijn verjaardag in Ecuador. Ik had die dag eigenlijk dienst, maar van Yolanda moest ik het me niet in mijn hoofd halen om die dag ook maar één stap in het ziekenhuis te zetten. Nee, ik moest gaan ‘disfrutaren’, owel, genieten van het goede leven. Ik had geen groot feest voorbereid, ik hoopte alleen op een mooie dag met veel zon, zodat ik heel de dag op het strand kon liggen en cocktails kon drinken. In mijn ogen een perfecte invulling van het woord ‘disfrutar’. Met die gedachte ging ik redelijk vroeg naar bed.
Echter om twaalf uur ’s nachts precies moest ik van Elvis uit bed komen en werd ik naar buiten gestuurd. Daar stond hij te glunderen met een enorm bord vol met ‘camarones apanadas’ (ofwel the 4 G’s: gebakken gepaneerde gemarineerde garnalen) mijn lievelingseten hier) en een onwijs grote taart. En tevens een paar grote flessen bier. Ik was blij verrast en werd ook nog eens verwend met nieuwe sieraden. We aten de garnalen, we aten taart en we dronken bier. Een hele goeie combinatie, als je het mij vraagt. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Ik kon me in ieder geval geen beter begin van mijn verjaardag wensen.


De volgende dag, alsof mijn gebeden verhoord waren, scheen de zon volop. Eindelijk! Het was een eeuwigheid geleden dat ik naar strand was geweest, omdat het tevens een eeuwigheid geleden was dat het écht strandweer was. Het was wel elke keer rond de dertig graden, maar het was telkens of bewolkt, of je waaide uit je pendex, of er viel een kleine watersnoodramp uit de hemel. Maar op mijn verjaardag scheen de zon, de hele dag! En dus vierde ik mijn verjaardag op het strand.


Ook werd ik gebeld vanuit het thuisfront, om me een fijne verjaardag te wensen. Heel erg lief en tevens bijzonder om vanaf de andere kant van de planeet door je vader en moeder gefeliciteerd te worden. Toen ik thuis kwam van het strand, bleek ik een aantal gemiste oproepen te hebben, maar met een ‘nummer onbekend’. Jammer genoeg kon ik niet terug bellen. Later bleek dat mijn lieve vriendin Machteld mij ook wilde verassen met een telefoontje op mijn verjaardag. Ze had speciaal naar mijn ouders gebeld om mijn nummer te vragen. Hoe jammer is het dat ik mijn telefoon niet bij me had op het strand! Maar Taxi Tonnie, als ik terug ben, doen we het dunnetjes over!

Vee Liefs en de volgende blog verschijnt sneller! BELOOFD!

Kus hes