zaterdag 15 augustus 2009

In het jungle kuuroord met Tarzan & Jane

Lieve allemaal,

Dit zal één van mijn laatste updates zijn, over een week ben ik hier weg! Om precies te zijn vlieg ik zondagavond 23 augustus om half 7 ecuadoriaanse tijd, terug naar Holland. De volgende dag zal ik rond half 7 ´s avonds, nederlandse tijd, op Schiphol staan. En ik heb er zin in! Om iedereen weer te zien, in het hollandse eten, in de nederlandse cultuur. Ik heb in dit half jaar genoeg kunnen genieten van Ecuador, het is nu mooi geweest. Eenmaal thuis zal het wel weer even wennen zijn, maar ik heb genoeg zaken om me op te richten: scriptie, rijbewijs en werk!

Maar voor nu, eerst nog een verslag over mijn kleine rondreis. We zijn welgeteld in drie plaatsen geweest: Banos, de jungle rondom Puyo en het chillstrand Canoa. Maar het was helemaal super!

Als eerste vertrokken we naar Banos, wat populair is om zijn warmwaterbronnen die een helende werking zouden hebben. De reis erheen was al indrukwekkend, door het andesgebergte, haarspeldbocht na haarspeldbocht, met naast je een kilometer diepe afgrond. Eng, maar prachtig! Aangekomen in Banos vonden we een supergoedkoop ( zes dollar per persoon) perfect hostal. Snel de spullen gedumpt en op naar die warmwaterbronnen. Nou, we werden er niet warm of koud van. Wij voelden er niet zo veel voor om als haringen in een vat in een zwembad te zitten, ook al zou het helend werken. Maar het was wel leuk leedvermaak om de mensen te zien die zich er wél aan waagden. We besloten het stadje verder te verkennen en al snel zagen we overal ´melcochas´(weet niet of het zo goed gespeld is) die gemaakt werden. Dit is een lokale lekkernij, een soort caramel, superzoet. Het wordt gemaakt van een soort riet, wat tevens eetbaar is, ook mierzoet. Dit wordt gekookt, en zo krijg je een plakkerige brei. Die brei moet gekneed worden en daar zijn ze in Banos uitermate goed in. De blaren op de handen! Wat een werk, maar wat leuk om te zien. Banos staat ook bekend om zijn vele watervallen en dus besloten we die middag een tour te doen langs de meest bekende watervallen. Per ´chiva´(een vrachtwagentje met achterin bankjes) vertrokken we en konden we wederom genieten van de prachtige natuur. Als laatste maakten we een wandeling naar de laatste waterval en daar ervoerden we het ´wauw´effect, we waren er stil van. In Banos zitten genoeg touroperators met duizenden mogelijkheden: bungeejumpen, raften, trekking, kanoen, hiking... en ook tochten naar de jungle. We vonden een goedkope: drie dagen (twee nachten) voor 110 dollar per persoon. Wegens het budget konden we niet langer, jammer genoeg. De volgende dag zaten we om half 8 in de bus met onze gids Alfredo en zijn dochtertje Sascha. Wat een geluk, we hadden deze gids helemaal voor ons alleen! Een beetje een verwarde man, maar zeer hartelijk. Daar gingen we dan, op weg naar Puyo. Daar zouden we als eerste een apenreservaat bezoeken, waar zo´n 30 (getraumatiseerde) apen leven. We werden warm verwelkomt door de grootste aap: Pancho, die ons meenam aan de hand het reservaat in. Werkelijk overal waar je keek, zag je apen. Grote, kleine, dikke, dunne, zwart, bruin, grijs... Ik vond het geweldig. Ik was al gauw dikke vriendjes met mijn soortgenoten. Het zijn zulke bijzondere dieren, echt. Het zijn écht net mensen, met dezelfde gevoelens. Zo was er een piepklein aapje, een vrouwtje, die was verliefd op één van de verzorgers, lieten we ons vertellen. Ze hield alle vrouwelijke bezoekers vanaf het dak van het apenhuis goed in de gaten: kwamen ze te dicht bij haar minnaar, dan liet ze dat goed merken! Schreeuwen, armen over elkaar, weg kijken, neus ophalen...schitterend!

Jammer genoeg konden we hier niet heel lang blijven, er stond nog genoeg op de planning die dag. We stapten in de pick-up en een dik uur later, totaal door elkaar geschud, stapten we uit in een nationaal park waar we onze eerste nacht zouden door brengen. We bergden snel onze spullen op in onze ´hut´en genoten van een heerlijke maaltijd: verse tilapiafilet, gestoomd in bananenblad.

Dit was ons krachtvoer voor de komende middag, we vertrokken na het eten de jungle in. Als eerste werden we getrakteerd op een heerlijk maskertje. Aan de rand van de rivier die we moesten oversteken bevond zich een soort kleisteen. Een beetje nat maken en hup, zo op je gezicht smeren. Dr. van der Hoog is er niks bij! Met onze maskers op gingen we nu écht de jungle in. En dat is zwoegen, uitglijden, soppen, vallen en opstaan, maar ontzettend leuk. We kregen van Alfredo ontzettend veel uitleg over allerlei geneeskrachtige planten, bloemen, bomen en vruchten, maar ook over de vele insecten die we zagen.

De tocht leidde uiteindelijk naar een waterval, maar halverwege waren we de weg kwijt. Na drie keer hetzelfde stuk te hebben gelopen (op den duur herken je die omgevallen boomstammen wel), riep Alfredo dat we moesten komen. Hij had een paar stevige lianen gevonden en vond dat wij die wel konden uitproberen. Ha! En zo kwam het dat we als Tarzan & Jane, mét een maskertje op, door de jungle heen aan een liaan zwierden. Een ervaring om nooit te vergeten.

Ondertussen had Alfredo de weg weer gevonden en uiteindelijk konden we genieten van het superverfrissende water van de waterval. Een schitterende plek om te relaxen en de modder van ons af te spoelen. Na dit waterfestijn vertrokken we terug richting de slaaphutten en werden we opnieuw verwend met een heerlijke maaltijd. ´s Avonds speelden we bij maan & kaarslicht (geen elektriciteit) een kaartspel en om half 10 vielen onze ogen dicht. In onze hut vielen we snel in slaap met de geluiden van duizenden insecten en het water van de rivier op de achtergrond.

De volgende dag, na een mega ontbijt, vetrokken we per kano over de rivier naar een Indigenakamp:een echt indianenkamp. Zij leven daar van ecotourisme: ze gebruiken het toerisme om de natuur te beschermen. Zo maakten zij allerlei mooie sieraden, van pure materialen, er komt geen verf aan te pas. Het was erg indrukwekkend om te zien. Ook daar maakte ik weer een nieuw vriendje: een aapje die heel zielig aan een kettingtje zat. Het leek alsof er niet zo veel naar hem werd omgekeken, aangezien hij mij niet meer wilde loslaten na een paar liefkozingen! Arm schaap.
Door de jungle keerden we terug naar onze verblijfsplaats, we genoten wederom van een heerlijke lunch van de hand van Alfredo en daarna vertrokken we richting onze tweede slaapplaats. Deze lag aan een grote rivier, werkelijk prachtig, en ook midden in de natuur. We werden verwelkomt door de papegaaien. ´s Middags was het chilltime: we hebben een duik in de rivier genomen en gedommeld in de hangmatten. Aan het eind van de middag werden we opgeschrikt door rumoer, mensen druk door elkaar pratend, ´wauw´ zeggend. Wat bleek: we hadden zicht op de vulkaan Sangay. Dit bleek erg bijzonder te zijn, deze vulkaan laat zich bijna nooit zien. We genoten van het uitzicht, het was dan ook écht heel erg mooi. En inderdaad, de volgende ochtend was de vulkaan weer helemaal verdwenen in de wolken.

Die dag was onze laatste dag in de jungle alweer. Hop, laarzen weer aan, en gaan! Dit keer op weg naar een zwembad, eveneens midden in de natuur. Alfredo vertelde ons dat niet veel mensen deze plek kennen en er dus bijna nooit bezoekers komen. En we hadden wederom geluk: we hadden het zwembad voor ons alleen! Prachtig, omgeven door duizenden bloemen en planten, we voelden ons als koningen in het water. Vanaf dit punt hadden we ook een prachtig uitzicht over de jungle zelf, het lag namelijk behoorlijk hoog. Na een uurtje gebadderd te hebben keerden we terug voor een laatste wandeling door de jungle. We eindigden bij een moerasachtig meer waar we misschien kaaimannen konden spotten. Heel stilletjes slopen we langs de oever, hier en daar zagen we luchtbelletjes... maar de kaaimannen lieten zich niet zien. We tuurden en tuurden over het water, en opeens zei Elvis: kijk, kijk, kijk! Hij wees naar de rand van de oever, 3 meter bij ons vandaan. Het bleek een anaconda te zijn! Zelfs Alfredo was onder de indruk en zei: snel snel, maak foto´s! Hij zei dat we superveel geluk hadden dat we een anaconda zagen, dat hij zelf nog maar twee keer een anaconda heeft gezien. Het beest lag roerloos opgerold tussen het struikgewas, maar na een tijdje gleed hij dieper het struikgewas in en was hij snel verdwenen. Wauw!

Na dit toch wel te noemen avontuur keerden we terug voor een laatste lunch, pakten we onze spullen en vertrokken we via bus terug naar Puyo, en via Puyo terug naar Banos. Het waren slechts drie dagen maar het leek veel langer. Het was het primitiefste van het primitiefste, twee nachten amper geslapen vanwege een matras zo dun als een zitting van een tuinstoel, maar dat hoorde er allemaal bij. Ik heb onwijs genoten en zou het zo weer doen. Toen we in Banos aankwamen werden we door Alfredo en zijn dochtertje nog bij hem thuis uitgenodigd om een hapje te eten en te drinken. Daar leerden we zijn vrouw kennen en zijn andere drie dochters en werden we volgestopt met tortilla´s en warme chocolademelk. Wat een gastvrijheid! Moe maar voldaan keerden we diezelfde avond terug naar Quito en vanaf daar direct door naar Atacames. Vanaf Atacames zouden we namelijk door reizen naar Canoa. Daar kwamen we de volgende dag aan het eind van de middag aan. Een heerlijk relaxed strand, met veel gringo´s, dus ik kon mijn engels en duits weer een beetje oefenen, wat vies tegen valt na 6 maanden spaans te hebben gepraat. We hebben daar in Canoa eigenlijk weinig gedaan, gewoon heerlijk gechilld op het strand, genoten van lekker eten en lekkere cocktails. Het was een perfecte afsluiting!
Nu, weer terug in het rumoerige Atacames. Het toerisme viert hier hoogseizoen, je kunt werkelijk over de koppen lopen. Niet echt voor mij weggelegd, al die drukte, schreeuwende, slenterende, dronken mensen. Maar goed, nog een weekje en dan ben ik weer thuis! En misschien verlang ik dan wel weer terug naar deze feeststad!
Liefs, hester